De kaarsjes kunnen aan De kaarsjes kunnen aan
De dagen worden korter, de lampen kunnen aan. Overal zie je ‘s avonds licht komen uit de huizen. Het is ook weer een stuk kouder geworden met geregeld harde wind en regen. De winterjas kan weer uit de kast, en de handschoenen kunnen al wel aan. Ook hebben we nog wat dagen met zon en een minder koude wind.

De laatste zondag van het kerkelijk jaar valt in november. Het is meestal de derde zondag, en dan is de zondag erna de eerste adventszondag. Dit is het begin van het nieuwe kerkelijk jaar. Van donker naar licht: in de adventstijd, de 4 weken voor kerst, wordt het steeds een stukje lichter. Er wordt elke zondag een kaars extra aan gestoken. We leven toe naar kerst, en we horen over mensen vol verwachting. We leven in de verwachting van het Kindje in de kribbe, de geboorte van Jezus in onze wereld. De profeet Jesaja leefde in een moeilijke tijd, maar hij vertelde aan de mensen dat God een nieuw begin zal maken. Jesaja zag het voor zich: overal zal vrede zijn. Ook de dieren zullen vrede met elkaar sluiten (Jesaja 65: 17-25).

We kijken mee met een verhaal
naar licht, dat in de verte straalt
en vol verwachting zingen wij:
nu komt de hemel dichterbij.

(tekst: Erik Idema)

Johannes de Doper doopte mensen in de rivier de Jordaan. De mensen vroegen: wie bent u? Johannes de Doper zei, dat hij niet de Messias was, en ook niet Elia. Hij vertelde dat er na hem Iemand zou komen, die nog veel belangrijker zou zijn. Dit is Jezus. Jezus zal de mensen de kracht van God geven, vertelde Johannes. Dat moest iedereen horen (Joh. 1: 19-28).
Maria kreeg bezoek van de engel Gabriël. De engel vertelde Maria dat ze een Kind zou krijgen en dat ze Hem Jezus moest noemen. Jezus betekent: de Heer redt. Hij is de Zoon van God (Lucas 1: 26-38). In de adventstijd staan we stil bij het goede nieuws uit de Bijbel: het daagt in het oosten. Het licht van God is al aan het doorbreken. We wachten op iets moois, we wachten op de komst van Jezus, het Kind dat alles zal veranderen: ons leven, onze wereld, onze toekomst.

Hartelijke groeten, Ds. Rianne van Zessen
 
terug