zo 2 aug 2020  om 09:30
Voorganger: Ds. M. Hulzebos
Kerkdienst De Hoekstien, Britsum
Organist: Anne Minnema

Collecten:
1. Diaconie
2. Kerk
Uitgangscollecte: Voedselbank

Liturgie dienst 2 augustus 2020

Voorganger: ds. M. Hulzebos
Organist: Anne Minnema

Orgelspel

Mededelingen ouderling van dienst

Orgelspel

Inleidende woorden

Votum en groet

Lied 210

1
God van hemel, zee en aarde
Vader, Zoon en heil'ge Geest,
die ons deze nacht bewaarde,
onze wachter zijt geweest,
houd ons onder uw gezag,
ook in deze nieuwe dag.
2
Neem mijn dank aan, deze morgen,
dat Gij alle dagen weer
al mijn angsten, al mijn zorgen
met mij delen wilt, o Heer.
Nooit ben ik geheel alleen:
Gij zijt altijd om mij heen.

3
Laat mij als een trouwe dienaar
door uw grote wijngaard gaan,
waar de liefde wordt beleden
en de waarheid wordt gedaan,
waar het recht bloeit als een roos
van uw liefde, eindeloos.

4
Wil mij als de nacht nabijkomt
tot een lieve broeder zijn,
in het donker van de afgrond,
langs de grenzen van de pijn,
die mij als gehoorzaam kind
wakend en niet slapend vindt.

Gebed

Inleiding op de lezingen

Nehemia 9: 14 – 20

Lied 105: 1 en 2
1
Loof God de Heer, en laat ons blijde
zijn glorierijke naam belijden.
Meld ieder volk en elk geslacht
de wonderen die God volbracht.
Gij die van harte zoekt de Heer,
verblijd u, geef zijn naam de eer.
2
Vraag naar des Heren grote daden;
zoek zijn nabijheid, zijn genade.
Gedenk hoe Hij zijn oordeel velt,
zijn wonderen ten teken stelt,
volk dat op Abram u beroemt,
met Jakobs nieuwe naam genoemd.

Psalm 78 gelezen en gezongen
Zingen: Couplet 1 (tekst: nieuwe psalmberijming)
Luister, mijn volk, naar mijn doordachte woorden,
naar wat wij eens van onze ouders hoorden.
Wij mogen het verleden niet vergeten;
laat aan je kinderen Gods daden weten.
Vertel het door, vertel het nageslacht
wat Hij gedaan heeft door zijn grote kracht.
Lezen: (bewerking Huub Oosterhuis)
Door zijn eigen mensen werd hij gewantrouwd, verloochend.
Ze wilden een rijk gedekte tafel in de woestijn,
een immer springende bron, wittebrood uit de hemel.
Hij deed wat Hij kon, gaf brood en water – maar nooit genoeg:
vlees moest er komen, gevogelte, liefst gekruid en gebraden.

Hij opende hemelse deuren: uit onweer regende zaad,
manna, brood uit de hemel.
Een regen van kleurige veren: kwartels, dood voor hun deuren.
Ze aten en konden niet meer, ze propten het in hun mond.

Zingen: couplet 9 en 13 (tekst: nieuwe psalmberijming)

9. Al was hun hart maar half met Hem verbonden,
de Heer bedekte keer op keer hun zonden.
Zijn grote woede moest Hij vaak bedwingen;
Hij wilde niet dat zij ten onder gingen.
Dan dacht Hij: ‘Ach, ze zijn maar zwak en klein;
laat Ik ook nu maar weer genadig zijn’.

13. Het volk was veilig onder zijn geleide
toen Hij het water van de Rietzee scheidde.
Hij bracht hen naar de berg van zijn verlangen.
Wat hun beloofd was, hebben ze ontvangen:
Hij joeg de volken weg met sterke hand
en gaf aan alle stammen een stuk land.

Lezen: (bewerking Huub Oosterhuis)

Maar wij geloofden hem niet, hoopten Hem niet, beminden Hem niet.
Wij vluchten naar offerheuvels waar gouden kalveren worden aanbeden
Wat moest Hij verder nog met ons?
Wij houden ons niet aan zijn woord, verloochenen weduw en wees,
vervloeken de vreemdeling.
Gaat Hij ons een herder geven, een koning-messias, een David?
Hij gaat ons geven: geweten, de kracht van zijn Heilige Geest,
een stem die klinkt in ons hart, die wij doen klinken tezamen
als wij brood breken en delen ten teken van onze hoop:
dat een wereld komen zal waar brood, recht, waardigheid en liefde is,
voor al wat leeft.

Amen- laat het zó zijn!

Lied 105: 15 en 16
15
God gaf een wolk die hen geleidde,
een vuur in ’t duister aan hun zijde.
Zo trokken zij in vrede voort,
en steeds heeft God hun wens verhoord.
Hij zond hun kwakkels in de nood,
en uit de hemel hemels brood.
16
God laafde hen in dorre streken,
deed water uit de rotsen breken,
’t werd een rivier en stroomde voort,
want Hij gedacht zijn heilig woord,
de trouw die Hij had toegezegd
aan vader Abraham, zijn knecht.

Mattheus 14: 13 – 21

Lied 383
1
Zeven was voldoende,
vijf en twee,
zeven was voldoende
voor vijfduizend
op de heuvels langs de zee.
2
Zeven is voldoende
toen en nu,
zeven is voldoende
alle dagen
van ons leven, dank zij U.
3
Zeven is voldoende,
brood en vis,
Jezus is voldoende
voor ons allen
als de kring gesloten is.
4
Voed ons met uw leven,
vis en brood,
alle zeven dagen,
Gij verzadigt
allen met uw offerdood.

5
Want Gij zijt de eerste
rond alom,
ja, Gij zijt de eerste
en de laatste,
kom, o Here Jezus – kom!
 

Verkondiging

Beamer: u nodigt mij aan tafel van Sela

Gebeden

Aandacht voor de collecte

Slotlied 704
1
Dank, dank nu allen God
met hart en mond en handen,
die grote dingen doet
hier en in alle landen,
die ons van kindsbeen aan,
ja, van de moederschoot,
zijn vaderlijke hand
en trouwe liefde bood.
2
Die eeuwig rijke God
moge ons reeds in dit leven
een vrij en vrolijk hart
en milde vrede geven.
Die uit genade ons
behoudt te allen tijd,
is hier en overal
een helper die bevrijdt.

3
Lof, eer en prijs zij God
die troont in ’t licht daarboven.
Hem, Vader, Zoon en Geest
moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer,
gaf het verleden blijk,
het heden zingt zijn eer,
de toekomst is zijn rijk.
 


Zegen
Hear wês mei ús oant in oare kear
Wol oant wersjen oer ús weitsje
Lit gjin kwea ús rigen reitsje
Hear wês mei ús oant in oare kear
 

terug